Het is goed, want het moet

De devaluatie van het begrip ‘eigen verantwoordelijkheid’

- Hoe nuttig zou het zijn, als men van tijd tot tijd eens al de politieke en cultureele termen, die gangbaar zijn, op een rij kon zetten voor een groote schoonmaak - Johan Huizinga (1872-1945)

De minister-president straalt een rotsvast geloof uit in zijn eigen conservatieve morele politiek, met als fundamenten ‘normen en waarden’ en ‘eigen verantwoordelijkheid’. Met het verwijzen naar deze begrippen verantwoordt het kabinet Balkenende II haar belangrijkste beleidsmaatregelen. Dit is knap werk, want op zichzelf zeggen die woorden niet zoveel.

Met ‘normen en waarden’ wil Balkenende aandacht vragen voor onder andere oude vrouwtjes die wekenlang dood in huis liggen, leerlingen die geen respect meer hebben voor de leraar en vandalisme en intimidatie door groepen jongeren. Dit leidt tot veroordelende uitspraken, maar niet tot beleid. Het is namelijk de ‘eigen verantwoordelijkheid’ van burgers om dergelijke misstanden op te lossen. Burgers moeten bij zichzelf te rade gaan wat hun ideeën zijn over de samenleving en op welke manier ze hier vorm aan geven. Wat zien we als hufterig gedrag en keuren we derhalve af, en in hoeverre bezondigen we ons zelf wel eens aan dit soort afkeurenswaardig gedrag? Het kabinet speelt de bal dus van zich af richting de samenleving. Iedere inwoner van Nederland heeft als het ware huiswerk gekregen. Maar ja, zoals wel vaker met huiswerk staat het degene die het moet maken niet vrij om ieder antwoord naar eigen inzicht in te vullen. De premier heeft al lang in zijn hoofd tot welke conclusie de burger moet komen en staat al klaar met de rode pen wanneer iemand met een andere set van normen en waarden op de proppen komt.

Volgens het kabinet is het probleem van de Nederlandse samenleving dat de burger zijn huiswerk niet maakt, niet zijn eigen verantwoordelijkheid neemt. Balkenende liet Beatrix er verschillende malen naar verwijzen in haar troonrede: ‘een grotere eigen verantwoordelijkheid vooral in de sociale zekerheid en het terugbrengen van de staatsschuld zijn  (…) nodig.’ Dit werd gevolgd door de passage: ‘(…) om een goede, betaalbare gezondheidszorg op langere termijn zeker te stellen moet de eigen verantwoordelijkheid van burgers, instellingen en verzekeraars voorop staan.’ Op deze manier krijgen mensen die aanspraak maken op de overheid een schuldgevoel aangepraat: ´u neemt geen eigen verantwoordelijkheid´. De overheid wil dat gezondheidszorg en sociale voorzieningen niet door de overheid worden geregeld, maar door familieleden, vrijwilligers en buurten. Door de burger op deze manier te vragen om ´eigen verantwoordelijkheid´ te nemen, geeft de overheid in feite aan verantwoordelijkheden af te willen stoten. Eigen verantwoordelijkheid betekent niets meer dan ‘zoek het zelf maar uit’ of iets positiever geformuleerd ‘mensen moeten het zelf doen’. Eigen verantwoordelijkheid is een reden voor de regering om zich terug te trekken en op die manier te kunnen bezuinigen. Bijvoorbeeld op maatschappelijke en  professionele organisaties, zoals de jeugdzorg en de reclassering.

Er is echter iets fundamenteel mis met de combinatie ‘normen en waarden’ en ‘eigen verantwoordelijkheid’. De overheid predikt onder de noemer ‘normen en waarden’ wat er allemaal mis is in onze maatschappij, wat zij onacceptabel vindt en vervolgens geeft zij door middel van het begrip ‘eigen verantwoordelijkheid’ aan dat de burgers het zelf maar moeten oplossen. De spanning ontstaat, omdat in deze visie van de regering wordt uitgegaan van zelfredzame mensen, die een grote kring aan familie en vrienden hebben. Er zijn mensen die de overheid nodig hebben voor verzorging, omdat de last op de schouders van familie te zwaar worden. Er zijn mensen die echt niet kunnen werken en er zijn mensen die instellingen nodig hebben om op het rechte pad te blijven. Het begrip eigen verantwoordelijkheid houdt geen rekening met deze mensen. Uit alles blijkt dat de regering vindt dat mensen zichzelf wel kunnen redden, dat ze daarvoor geen overheid nodig zijn. Natuurlijk zullen de leden van de regering, als je het hen recht op de man/vrouw af zou vragen, toegeven dat sommige mensen echt niet aan het werk kunnen. Maar daar wordt in uitspraken en beleid geen rekening mee gehouden. Het beleid heeft vergaande consequenties. Een vermindering van de sociale voorzieningen zorgt ervoor dat mensen die onvoldoende geld overhouden om zichzelf te redden, afhankelijk worden gemaakt van naastenliefde. Als zij toevallig niet veel naasten hebben bestaat de kans dat zij onder het bestaansminimum terecht komen. Tevens zorgt het korten van maatschappelijke organisaties en instellingen, die mensen helpen die het moeilijk hebben in de samenleving, er voor dat er eigenlijk geen sprake is van gelijke kansen.

Alleen maar woorden

Wanneer een kabinet tot een dergelijk beleid komt, besluit tot de meest forse bezuinigingen ooit, dan ga je er toch van uit dat de maatregelen goed onderbouwd zijn. Dat er een visie aan ten grondslag ligt die ook uit te leggen is aan de Nederlandse bevolking. Maar dat is juist het opvallende: de grote gedachte ontbreekt. Verder dan de termen normen en waarden en eigen verantwoordelijkheid komt de regering niet. Deze worden verheven tot dogma’s en het kenmerkende van dogma’s is dat ze niet uitgelegd hoeven te worden. Door ze maar vaak genoeg te herhalen, worden ze vanzelf gemeengoed, zonder dat duidelijk is wat er nu precies achter zit. Het thema ´normen en waarden´ geeft de regering de mogelijkheid om allerlei zaken te veroordelen, maar beleid is niet noodzakelijk, vanwege die andere term ‘eigen verantwoordelijkheid’. Telkens als normen worden overschreden is dat de fout van de samenleving.  Door steeds het probleem bij de samenleving te leggen kan de regering buiten schot blijven. De vraag is hoe een regering kan worden afgerekend op haar daden, wanneer deze vooral bestaan uit het limiteren ervan.

De vraag waarom ‘eigen verantwoordelijkheid’ van belang is, werd nog nooit beantwoord.  Telkens wanneer gevraagd wordt waarom de regering verantwoordelijkheden afschuift op de samenleving zeggen zij ‘omdat mensen eigen verantwoordelijkheid moeten nemen’. Er wordt niet gezegd waarom, het moet nu eenmaal gebeuren. Een concreet voorbeeld hiervan is minister Verdonk, die haar asielbeleid verdedigde. De bewindsvrouw liet weten dat het beleid moest worden uitgevoerd, omdat het was vastgesteld, en dat het zaak was verantwoordelijkheid te nemen. Tja, tegen dergelijke non-argumenten valt over het algemeen niets in te brengen. De regering gaat iedere inhoudelijke argumentatie op deze manier uit de weg.

In de Tweede Kamer blijkt het lastig te zijn om greep te krijgen op de cirkelredeneringen van het kabinet, maar de kiezer lijkt klaar te staan om korte metten te maken met het CDA. Normaliter was toch te verwachten dat een christelijke regering er voor zou zorgen dat maatschappelijke organisaties gestimuleerd zouden worden. Dat professionele instellingen, die mensen helpen die het moeilijk hebben, in stand zouden worden gehouden. En dat sociale voorzieningen op peil zouden worden gehouden. Dit gebeurt niet. Deze regering heeft geen aandacht voor mensen die zichzelf niet kunnen redden. De linkse partijen en ook de linkse achterban van het CDA zullen hierop moeten blijven hameren. Het is afwachten hoe rotsvast het geloof van Balkende in zijn dogma’s is als de gevolgen van dit beleid er toe leiden dat een groot gedeelte van zijn achterban, waaronder de oude mensen in bejaardentehuizen, de last van de eigen verantwoordelijkheid niet meer kunnen dragen.

Namens de werkgroep filosofie van de JS Groningen,

Koos van Dijk en Daan Bultje.
Verschenen in Lava, nummer 2, april 2004